Een AI-agent combineert een taalmodel met hulpmiddelen waarmee hij informatie kan ophalen of acties kan voorstellen. Het verschil met een eenvoudige chatbot zit vooral in toegang tot een werkproces. Die toegang vraagt duidelijke grenzen.
Begin met een afgebakende taak
Kies bijvoorbeeld het voorbereiden van een antwoord op een serviceverzoek. De agent mag documentatie doorzoeken en een concept schrijven. Een medewerker controleert het antwoord voordat het wordt verzonden.
Scheid lezen van wijzigen
Geef alleen toegang tot gegevens die voor de taak nodig zijn. Maak onderscheid tussen informatie ophalen, een voorstel doen en een wijziging uitvoeren. Vraag goedkeuring voor acties met gevolgen, zoals een bestelling aanpassen of een bericht versturen.
Ontwerp voor fouten
Wat gebeurt er als informatie ontbreekt, een koppeling uitvalt of een verzoek dubbel binnenkomt? Zorg voor een duidelijke terugval naar een medewerker, begrens het aantal stappen en registreer de uitgevoerde acties.
Test onafhankelijk van het model
Vergelijk opstellingen met bijvoorbeeld ChatGPT, Claude of lokaal aangeboden modellen op dezelfde taken. Meet correcte afronding, benodigde correcties en kosten per afgerond verzoek. Breid rechten pas uit nadat de beperkte werkstroom betrouwbaar werkt.


